Nadat Azerbeidzjan in 1991 onafhankelijk werd van het voormalige communistische Sovjet Unie, kwamen de jarenlange rivaliteiten en grenstwisten die onder het juk van de Sovjet-Russen verdwenen waren, weer terug. De provincie Karabağ lag vrijwel in het hart van Azerbeidzjan maar had van oudsher een vrij grote gemeenschap Armeniërs, die het gebied ook opeisten.

10 februari 2009

In 1992 escaleerde het geschil om Karabağ uiteindelijk in een grootscheepse oorlog waarbij Armenië werd bijgestaan door Rusland. Dit lag vooral in het feit dat Armenië nog steeds overwegend pro-Russisch was, terwijl het islamitische Azerbeidzjan aansluiting zocht bij buurlanden Turkije en İran. Uiteraard was de provincie Karabağ militair en strategisch gezien heel erg handig was voor zowel Rusland als Armenië en streefde laatstgenoemde nog steeds naar een Groot–Armenië zoals ook in de periode 1915-1917 tegen de Ottomaanse Turken.

Met de start van de oorlog boekte Armenië met technologische hulp van Rusland en een speciaal voor de oorlog gevormd legereenheid genaamd “De Karabağ Strijders”, grote successen. Al snel werden de gehele provincies van Hacılar, Susa en Karabağ, alsmede een kwart van Azerbeidzjan veroverd en bezet.


In het oranje de gebieden die naast Nagorno-Karabağ tot op heden bezet gehouden worden

Na de verovering kwam Armenië voor het vraagstuk om de meerderheid binnen de bezette gebieden te garanderen voor de etnische Armeniërs in de gebieden. Hiertoe werden 1 miljoen Azerbeidzjanen gedwongen te verhuizen waarbij er niet geschroomd werd om gebruik te maken van massamoorden, ruim 30.000 Azerbeidzjanen vonden de dood tijdens deze oorlog. Nog eens 800.000 wonen nog altijd in opvangkampen zonder het meest noodzakelijke zoals schoon drinkwater. De wreedheden begonnen met de genocide op de etnische Azerbeidzjanen in de provincie Karabağ in het dorp Hocali, welke in de nacht van 25 februari 1992 geheel van de kaart werd geveegd door de Armeense troepen.

Waar er voor 25 februari 1992 ruim 7000 mensen woonden in Hocalı, bleef na de bewuste nacht van 25 februari geen één etnische Azerbeidzjaan meer over. Gedurende 1993 werden er nog eens 7 steden van Azerbeidzjan bezet en etnisch gezuiverd van Azerbeidzjanen; deze steden waren Ağdam, Laçın, Kelbecer, Fizuli, Cebarayıl, Zengilan en Gubadlı.

Nadat de genocide beëindigd werd, gaven de Russen toe dat ze mee hadden gedaan met de moord op de inwoners van Hocalı. Op 3 maart 1992 gaven drie Russische soldaten toe dat ze opdracht hadden gekregen tezamen met de christelijke Armeniërs tegen de moslims van Azerbeidzjan te moeten vechten.

Gedetailleerd onderzoek vertelde het scenario van de bloederige nacht in Hocalı. De Armeense troepen begonnen aanvankelijk met helikopters het dorpje Hocalı te bombarderen terwijl er bekend was dat er in Hocalı geen gewapende strijders waren. Hocalı had een vrijwel homogene bevolking van etnische Azerbeidzjanen waarbij geen tot weinig Armeniërs woonden. Juist hierom werd Hocalı bestookt door raketten waarna er bombardementen volgden. Toen het Azerbeidzjaanse leger niet bij machte bleek om te hulp te schieten, werden de wrede speciale eenheden bestaande uit Armeense gevangenen losgelaten om de lokale bevolking uit te roeien. De genocide duurde de gehele nacht en was volgens de waarnemers van de Verenigde Naties de meest gruwelijkste van de 20ste eeuw. Vrijwel iedereen werd vermoord; zowel de vrouwen als de kinderen, mannen en bejaarden. Verkrachtingen, sodomie, necrofilie, martelingen, kannibalisme en mensen die levend verbrand werden, vulden die nacht het dorp Hocalı. Het officiële onderzoek van de Verenigde Naties naar de lichamen van de overledenen toonden dat de ogen eruit gehaald waren, alsmede waren de oren en neuzen afgesneden naar oud Armeens gebruik om het als trofee te gebruiken omdat aan de hand van deze lichaamsdelen de Armeense troepen per stuk een bonusbedrag kregen. Tevens vonden waarnemers een ongewoon hoog aantal ongeboren kinderen van zwangere vrouwen, die ook massaal afgeslacht waren. Het bleek onduidelijk om vast te stellen waarmee de mensen vermoord werden, omdat veel lichamen verkoold waren.

De gebeurtenissen van Hocalı zijn uiteindelijk erkend door diverse landen alszijnde een genocide, zoals onder andere Azerbeidzjan, Turkije, Albanië, Bulgarije, Luxemburg, Macedonië en Noorwegen.